Anne en de rode loper

Het regende hard gisteravond. Ik had de tram genomen in plaats van de fiets en ik ontmoette mijn vriendin Dineke Stam bij steiger 14 achter het Centraal Station. Vanaf daar vertrok een bootje naar het nieuwe theater aan de Danzigerkade. Ik had Dineke mee gevraagd (Camille bedankte beleefd) omdat ze heel lang voor de Anne Frank Stichting heeft gewerkt en daarom de hele ‘business’ goed kent. En omdat ze erg gezellig is natuurlijk. Het was leuk op het salonbootje. We kregen een schoolreisjes-gevoel. Er was een jongen in paniek bezig om zijn black tie te strikken. Hij vroeg iedereen die aan boord stapte om hulp. De meeste mannen konden hem niet helpen, want die hadden van die kant en klare strikken, die je alleen maar even hoeft vast te maken met een haakje. Met behulp van een instructie op youtube via een medepassagier lukte het.
Er kwam een Japanse delegatie aan boord met een vrouw helemaal in het goud gekleed, werkelijk schitterend, met gouden armstukken en enorme oorbellen. Dineke vertelde me dat Anne Frank in Japan enorm populair is en dat ze daar de menstruatie ‘Anne’s day’ noemen, maar dan in het Japans natuurlijk. Aangekomen bij het theater regende het nog harder en moesten we achter aansluiten in de rij, eindeloos lang. Het leek wel die van het Anne Frank Huis. Storm, regen, mensen met paraplu’s, drijfnatte avondjurken. De rode loper was bedekt met een enorme laag schuim. Dat had geen bedoeling, maar het schoonmaakmiddel was blijkbaar wel aangebracht maar niet verwijderd en was in de regen gaan schuimen. Dus iedereen waadde met zijn mooiste schoenen door schuim. Zoals je dat ook wel eens hebt in op het strand op een stormachtige dag.
Eenmaal binnen ging ik op zoek naar de plek waar ik mijn brief moest inruilen voor tickets, maar daar was ook iets niet helemaal goed gegaan. We mochten naar binnen en gaan zitten waar we wilden. Geen controle niets. Jullie hadden dus allemaal gewoon mee kunnen komen! Wie er allemaal waren; nou, wie niet. Iedereen die wel eens aanschuift in een of andere talkshow of mensen die erop leken. De hoge en de lage kunsten dwars door elkaar (Freek de Jonge en iemand van de 3 J’s). We gingen zitten op rij 20 in het midden en het spektakel kon beginnen. Ik kreeg last van lichte benauwdheid. ‘Moet ik zo gaan kijken naar een stuk van drie uur over de oorlog. Tussen al die avondjurken en met schuim nog aan mijn schoenen.’ Ik zag er, merkte ik toen ik daar zat, als een huis tegenop.
De voorstelling begon. Een halfrond projectiedoek met daarop de herkenbare torens van het concentratiekamp. Twee fluisterende stemmen. ‘Margot, wat heb jij gedroomd?’ Margot droomde van Palestina, lekker warm, overal kinderen en sinaasappelbomen. Ze begonnen dus aan het einde. Dat was mooi gedaan. Ik was meteen ontroerd, terwijl ik me ook kritisch afvroeg of dit de droom was van Margot of van Leon de Winter? Daarna vertelde Anne dat ze droomde dat ze in Parijs was. En daar schoof het projectiescherm voor de eerste keer open en zaten we in een café de Paris vlak na de oorlog. Anne kwam binnen. Ze leefde. Wat heerlijk! Ze ontmoette daar een charmante jongen, die uitgever bleek te zijn. Ik vond het geweldig. De ultieme wens van iedere overlever en zijn of haar familie. Dat het allemaal een boze droom was, de ze het toch overleefd hadden en dat je dan vrij en vrolijk een kippetje gaat eten in Parijs. Het bleek het geheim van de raamvertelling waar ik Leon de Winter al over had horen vertellen. Anne vertelde de hele voorstelling over haar dagboek aan de uitgever, die aan een cafétafeltje aan de rand van het toneel bleef zitten en af en toe in de scene stapte.

Weer een razendsnel schitterend changement met filmbeelden en daar was ineens de gevelwand van het Merwedeplein. Echt heel mooi. De pui schoof open en we waren in de woning van de familie Frank. De voorstelling ontrolde zich vanaf dat moment zoals wij allemaal verwachtten. De oorlog begon, filmbeelden van Hitler, sterren op de jas en onderduiken. Ik rap tempo gingen we naar het een-na-laatste grote changement, naar de Prinsengracht. Het grachtenpand, ook dwars doormidden, met voor en achterhuis. In de tuin stond een kale boom, die vooruitwees naar de schimmel die nog zou komen.

Anne speelt en stapt steeds uit de scene en vertelt haar verhaal . Het projectdoek is naar de zijkanten geschoven en daarop schuift heel langzaam de handgeschreven tekst omhoog. Als je er naar kijkt, word je een beetje duizelig, want dan lijkt ook het decor te bewegen. Dineke vertelt dat de teksten enorm dicht bij het dagboek zijn gebleven. Dan beginnen de echte problemen van de voorstelling. De spanning in het Achterhuis bouwt niet op, maar is direct groot en waar moeten we dan de rest van de voorstellig naar kijken? Ze zijn vergeten de kleding van Anne steeds een beetje korter te maken. De rol van de helpers is bijna totaal verdwenen. We zien wel overdag mensen die zitten te typen in het voorhuis, maar we leren ze niet kennen. Alleen Miep mag of en toe verschijnen, maar dat doet de werkelijkheid geen recht. Het waren er vier. Het dreigt een lange zit te worden. Gelukkig is het pauze. Dineke en ik proberen iets van het theater te zien en lopen argeloos een trap op. Weten wij veel. Daar ontmoet Dineke tot haar grote vreugde Buddy Elias en zijn vrouw en ze vliegen elkaar in de armen. Erg leuk, ik schud ook een handje van deze lieve mensen. We blijken op dat overloopje naast de koning en de hele mikmak te staan. Jessica D. met en strak gespannen gezicht.

De tweede helft. Ik heb het zwaar, want weet immers hoe het gaat aflopen en kijk om me heen en heb te doen met al die mensen in hun smokings en mooie jurken. ‘Dit is geen leuk avondje uit mensen. Dat gaat het echt niet worden’, wil ik ze wel toe schreeuwen.
In het tweede deel staat de ontluikende seksualiteit in het Achterhuis centraal, van Peter van Pels en Anne. Misschien is het bedoeld om ons ook nog wat plezier te gunnen in de zaal en het stuk iets van lichtheid te geven. Dan komt de onvermijdelijke inval, gelukkig sober gespeeld, want daar zag ik het meest tegenop. Het einde wordt vertelt door Otto, die vertelt wat er gebeurde, Westerbork, Auschwitz, Bergen Belsen. Het grachtenpand maakt plaats voor een adembenemend mooi toneelbeeld. Mensen op een vlakte in de sneeuw, in het midden een spoor waarover Anne wegloopt. Het leek een beetje op Westerbork. Had het daar maar bij gelaten. Er moesten nog twee emotionele monologen bij, van Otto en van Anne. Teveel.

Over het acteerwerk kan ik kort zijn. Rosa da Silva als Anne levert een topprestatie, maar overtuigt niet. Te vlak. Net als de rest van de cast. Op uiterlijk casten is geen goed idee. Zet er dan maar een pruikje op. Dit geldt niet voor Debby Korper. Zij steekt met kop en schouders boven de rest uit. Ze zet een schitterende mevrouw van Pels neer, die met al haar kuren, nukken en grillen, me het meest van iedereen wist te raken.
Buiten sprak ik met een man van de AF Foundation uit Basel die ervan overtuigd is dat dit de jeugd bij het verhaal zal betrekken. Ik weet dat niet zo. Ik vraag aan een 14-jarig meisje op de boot terug wat ze vond. ‘Ik vond het best wel zielig en als je dan bedenkt dat het ook nog echt gebeurd is, nou dan is het wel heel erg zielig.’ Mijn slotconclusie staat al een aantal jaren geschreven op de muur van de Hollandse Schouwburg. Geen voorstelling van te maken.

Reactiesmogelijkheid uitgeschakeld.